Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Onderrichtingen

Voor wat betreft de 19e en 20e eeuw werd vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van het administratief archief dat aanvangt in 1855 en onder de benaming Vak 21. op het Stadsarchief te Mechelen bewaard wordt.

In 1878 liepen de globale kosten over één jaar voor de brandweerdienst op tot 1.300 Bf. een niet onbelangrijk bedrag voor die tijd. Hoe het zat met de uurlonen vernemen we pas veel later. In 1938 trokken stadswerklieden-pompiers niets binnen de diensturen. Andere pompiers kregen 7 Bf. per uur binnen het grondgebied Mechelen en 8 Bf. daarbuiten.

Naast de voor de hand liggende dienst bij brand waren er echter nog andere taken zoals praktische en theoretische onderrichtingen, de oefeningen, het testen van het materiaal in het bijzijn van de gemeentelijke overheden en tenslotte de dienst in het theater (stadsschouwburg), die tot de jaren '80 van kracht bleef.

li

Militaire oefeningen

Oefening op de Veemarkt Regelmatig werden er ook oefeningen ingelast om de pompiers steeds paraat te houden. Zo werd er op 9 augustus 1925 een grote oefening voor redding-en blussingswerk georganiseerd op de Veemarkt, waaraan verschillende korpsen aan deelnamen. Op de achtergrond zie je de Sint Pieterskerk.

In de periode van het gewapend korps kwamen daar nog militaire oefeningen en inspecties, en verder soms ordehandhaving of opstappen in optochten enz... bij. Een ander nog niet behandeld aspect vormen de boetes.

Het tuchtreglement van kapitein-bevelhebber Alfons Hertsens voorziet boetes
tussen 0,25 Bf. en 5 Bf. In een overzicht van de boetes van het jaar 1896 wordt er ook wel over boetes van 10 Bf. gesproken.

Verder is er de korpsgeneesheer die elk jaar een staat van dienst inlevert voor het visiteren (onderzoeken) van de lijken van drenkelingen.

In 1895 had stad de volgende gewone onkosten gemaakt voor de brandweerdienst.

  • Salarissen voor het korps der brandweerlieden: 400 Bf.
  • Onderhoud materiaal: 500 Bf.
  • Onderhoud van kledij: 150 Bf.
  • Vergoeding aan het ambacht der kordewagenaars voor hun diensten: 98 Bf.
  • Premies aan de stadswerklieden en varia: 252 Bf.
  • In totaal betaalde de stad de som van 1.300 Bf.
berthpl
Groepsportret van de brandweer voor hun kazerne Groot Kwartier of Berthoutkazerne aan het Berthoudersplein in 1935.

Uiteindelijk hadden ook de oorlogsomstandigheden hun invloed op het verloop van de dienst zoals in 1915 toen een reorganisatie op Duits bevel werd doorgevoerd.

De pompiers werden van speciale papierscheine (speciaal document) voorzien, zodat men zich ongehinderd ook 's nachts in de stad kon voortbewegen.

In de periode van het gewapend korps kwamen er militaire oefeningen en inspecties en verder soms ordehandhaving of opstappen in optochten bij.

Tot slot, een kort overzicht van de toestand der verdedigingsmiddelen tegen brand in 1938, zoals die blijkt uit een enqueteformulier van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. In de archieven vond ik terug dat heel wat pompiers geregeld afwezig waren voor de dienst !

Het korps was eveneens op verschillende wijzen verzekerd. De begroting had in de vorige 4 jaren gewoonlijk rond de 30 à 56.000 Bf. gelegen. Alleen in 1938 liep de gewone begroting op tot 67.000 Bf.

Tenslotte waren er hulpovereenkomsten afgesloten met volgende randgemeenten: Hever, Hombeek, Leest, Bonheiden, Rijmenam, Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Walem.

Deze gemeenten betaalden daarvoor gezamenlijk jaarlijks 4.500 Bf. Bovendien kon de hulp gevraagd worden van het pompierskorps van het Arsenaal en dat van de Stedelijke Maatschappij De Vrije Woonst.

In totaal waren er 41 brandweerlieden waarvan er 39 vrijwilligers en 2 vaste of beroepsbrandweerlui.

Bij de vrijwilligers waren er 2 officieren, 6 onderofficieren, 4 korporaals en 27 pompiers. In totaal waren 33 leden van het korps aangesloten bij de telefoon of een andere alarminstallatie.

Interpelatie

In 1909 vroeg het brandweerkorps van Ieper informatie aan dat van Mechelen welke middelen zij ter hun beschikking hadden.

Het materiaal bestond toen uit:

1 motorspuit met tweetaktmotor (Wasterlein), met een debiet van 1.000 liter per minuut en 1 autospuit-Delahaye 18x24 pk met een debiet van 1.000 liter per minuut. Er was 1 mechanische ladder van 14 m lengte,
1 schuifladder van 7 m, een haakladder van 2,5 m en 9 gewone ladders. Verder waren er 1 rookmasker,
2 handhaspels, 1 haspelauto, 2 transportauto's, 1 springzeil en enkele reddingstouwen.

De pompiers beschikten ook over één stoompomp van 4 pk geleverd door het huis Beduwé uit Luik voor de prijs van 8.500 Bf. Ze had een debiet van 1.000 liter per minuut en een reikwijdte van 45 meter. Daarnaast hadden ze ook nog 3 handpompen met een debiet van 325 liter per minuut. Deze waren aangekocht voor 1.500, 1.500 en 2.000 Bf.

Er bestond op dat moment nog geen waterleidingsnet in Mechelen, het ontwerp lag ter studie en werd pas uitgevoerd in de stad 1925.

Begroting

Die bedroeg de vorige 4 jaren gewoonlijk rond de 30 à 36.000 Bf. Alleen in 1938 beliep de gewone begroting op tot 67.000 Bf. Tenslotte waren hulpovereenkomsten afgesloten met de volgende randgemeenten: Hever, Hombeek, Leest, Bonheiden, Rijmenam,
Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Walem. Deze gemeenten betaalden daarvoor gezamenlijk 4.500 Bf per jaar. Bovendien kon de hulp gevraagd worden van het pompierskorps van het Arsenaal en dat van de Stedelijke Maatschappij (De Vrije Woonst.)

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell